De spelregels

Home » De spelregels

Bij blackjack is het belangrijk om met de kaarten in je handen niet boven de 21 uit te komen. Zodra je in je handen meer dan 21 hebt, ben je, zoals ze dat noemen, kapot en heb je verloren. Wanneer je onder de 21 zit met je kaarten, gaat het tussen jou en de deler. Het doel is om in je handen meer punten te hebben dan de deler. Wanneer de deler en jij tegelijk kapot gaan, verlies je. Wanneer de deler kapot gaat en jij niet, dan heb je gewonnen. Een gelijke score is ook mogelijk, maar dan gebeurt er niets. Andere spelers aan tafel hebben geen invloed op het spel. Het gaat altijd tussen de deler en jou.

Het spel Blackjack begint met het inzetten van geld. Vervolgens krijgt iedereen aan tafel twee kaarten, en ook de deler krijgt er twee. Alle spelers leggen de kaarten open op tafel, de deler legt slechts één kaart open.  De waarde van de kaarten is gelijk aan wat er op de kaart staat. Een schoppen acht, is dus acht punten waard. De afbeeldingen zijn tien punten waard, en de aas telt voor één of elf punten. Jokers doen niet mee in het spel. Op het moment dat je naar aanleiding van die ene open kaart van de deler denk hem niet te kunnen verslaan, neem je een extra kaart door een hit te nemen. Dit kan je blijven doen tot je over de 21 gaat en dus kapot bent. Wanneer je denkt dat de kaarten hoog genoeg zijn, neem je een stand.  De volgende speler komt dan aanbod.  Als laatst komt de deler aan zet en draait zijn tweede kaart om. De deler moet 17 of meer scoren, anders moet hij een hit nemen.

Blackjack

Het spel heeft natuurlijk niet voor niets de naam blackjack. Wanneer je bij de eerste kaarten precies 21 hebt, en dat kan alleen met een aas en een plaatje of tien. Deze 21 is meer waard dan een gewone 21 bestaande uit meerdere kaarten.

Overige regels

Na ontvangst van de eerste twee kaarten kan je dubbelen, je verdubbelt je inzet en krijgt een extra kaart. Wanneer je twee gelijke kaarten krijgt kan je splitsen, je legt opnieuw evenveel in en ontvangt voor beide kaarten een tweede kaart. Twee azen kun je ook splitsen, maar dan krijg je slechts één kaart erbij.

Winnen

Wanneer de deler kapot gaat, wint iedereen die dat nog niet was. Wanneer hij onder 21 blijft, en dus niet kapot gaat, krijgen de spelers met een hogere kaartwaarde meer uitbetaalt. Gelijk spel wordt een stand-off genoemd.

Aan het einde van het spel geef je aan bij de deler of je verder wilt spelen of niet. Wanneer je verder speelt klop je op de kaart of op tafel. Wil je stoppen, dan wuif je met een hand over de kaarten.